Hoe wij digitale geletterdheid zien

Geen checklist van vaardigheden, maar het vermogen om je in digitale omgevingen te bewegen en daarin weloverwogen, zelfbepaalde keuzes te maken.

Het is verleidelijk om digitale geletterdheid voor te stellen als een checklist: kun je een zoekmachine gebruiken, een privacy-instelling aanpassen, een phishingmail herkennen? Maar in een wereld van generatieve AI, ondoorzichtige algoritmen en constante verbondenheid is die checklist nooit af en past hij nooit helemaal. Daarom beginnen wij ergens anders. We zien digitale geletterdheid als het vermogen om je in digitale omgevingen te bewegen en daarin weloverwogen, zelfbepaalde keuzes te maken, ook wanneer die omgevingen zo zijn ontworpen dat ze je juist de andere kant op duwen.

Waar het idee vandaan komt

We hebben dit idee niet uit het niets bedacht; het komt voort uit ongeveer zes decennia onderzoek, en uit twee tradities in het bijzonder. De eerste kwam uit media- en communicatieonderzoek. Al begin jaren negentig definieerden wetenschappers mediageletterdheid als het vermogen om media te raadplegen, te analyseren, te beoordelen en te maken, bewust medium-onafhankelijk, zodat het zou werken voor kranten, televisie en wat er daarna ook zou komen, en gekaderd rond empowerment in plaats van angst. Toen het internet kwam, ving Paul Gilster de verschuiving in een zin die nog steeds klopt: digitale geletterdheid gaat over 'het beheersen van ideeën, niet van toetsaanslagen.'

De tweede traditie kwam uit onderzoek naar digitale ongelijkheid, de 'digitale kloof.' Het blijvende inzicht daarvan was dat toegang geven niet genoeg is: wat mensen online daadwerkelijk kunnen, en wat ze eruit halen, is ongelijk verdeeld en hangt meer samen met sociale positie dan met leeftijd. Deze lijn gaf het veld gedegen meetmethoden en een moeizaam bevochten les: digitale vaardigheden zijn niet één ding. Wie sterk is op het ene gebied, is vaak zwak, en kwetsbaar, op het andere, en generieke training bouwt nauwelijks de hogere vaardigheden op die er het meest toe doen. De 'digital native' die overal automatisch goed in is, bestaat niet.

Maar na verloop van tijd beantwoordden beide tradities elke nieuwe technologie op dezelfde manier: door een nieuwe geletterdheid te benoemen. Privacygeletterdheid, nieuwsgeletterdheid, reclamegeletterdheid, algoritmegeletterdheid, AI-geletterdheid, elk met eigen definities en eigen tests, en weinig dat ze verbindt. Precies die wildgroei wil ons model temmen. In plaats van een nieuwe geletterdheid te bedenken voor elke technologiegolf, scheiden we de twee vragen die deze labels stilzwijgend door elkaar halen (wat iemand kan, en waar diegene dat doet) en kruisen we ze.

Een kaart, geen checklist

Onder dat vermogen ligt een eenvoudige structuur. Er zijn vier kerncompetenties, de dingen die iemand daadwerkelijk kan: de technologie bedienen, informatie vinden en beoordelen, communiceren en interacteren, en content creëren. En er zijn de domeinen waarin die vaardigheden ertoe doen, van alledaags computer- en internetgebruik tot privacy, nieuws en desinformatie, reclame, kunstmatige intelligentie, algoritmen en digitaal welzijn. Kruis je die twee, dan krijg je een kaart van 28 onderscheiden, meetbare vaardigheden, één competentie toegepast binnen één domein. Je privacy-instellingen aanpassen en sturen wat een algoritme je laat zien zijn allebei 'technische' vaardigheden, maar het is niet dezelfde vaardigheid, en mensen zijn er zelden even goed in.

Het digitale-geletterdheidsmodel

Competenties
Domeinen
Technisch
Informatie
Communicatie
Creatie
Computer & Internet
Privacy
Nieuws
Reclame
Generatieve AI
Algoritmen
Welzijn

Beweeg over of tik op een cel om deze competentie × domein te verkennen

Vier competenties over zeven domeinen. Beweeg over een cel om te zien hoe een vaardigheid in die context uitpakt.

De vier competenties

Wat iemand kan: dezelfde vier vaardigheden, ongeacht de technologie. Deze veranderen langzaam.

  • Technische en Operationele Vaardigheden: Digitale tools, platforms en instellingen daadwerkelijk bedienen: een functie vinden, aanzetten en aanpassen. Bijvoorbeeld: tweefactorauthenticatie inschakelen (Privacy), een adblocker installeren (Reclame) of tijdslimieten voor apps instellen (Welzijn).
  • Informatienavigatie en -verwerking: Informatie vinden, in context plaatsen en de betrouwbaarheid ervan inschatten. Bijvoorbeeld: een sensationele kop herkennen (Nieuws), een phishingbericht doorzien (Privacy) of controleren of de bronnen van een chatbot echt bestaan (Generatieve AI).
  • Communicatie en Interactie: Hoe je je gedraagt, jezelf uitdrukt en met anderen omgaat in digitale ruimtes. Bijvoorbeeld: het passende kanaal kiezen voor een bericht (Computer & Internet), afwegen wat je met wie deelt (Privacy) of merken of je met een bot of een mens praat (Generatieve AI).
  • Contentcreatie en -productie: Zelf iets maken in plaats van alleen consumeren, of dat nu een document, een afbeelding, een video of een bericht is. Bijvoorbeeld: een presentatie maken (Computer & Internet), persoonlijke gegevens uit een bestand verwijderen voordat je het deelt (Privacy) of vermelden dat een tekst met AI is geschreven (Generatieve AI).

De zeven domeinen

Waar die vaardigheden vandaag toe doen. Deze lijst is bedoeld om mee te bewegen met de technologie; AI en algoritmen zijn recente toevoegingen.

  • Computer & Internet: De dagelijkse basis van apparaten, software en internet, het fundament waarop al het andere rust. Bijvoorbeeld: programma's installeren en bestanden ordenen (technisch), goede zoektermen kiezen (informatie), een document of presentatie maken (creatie).
  • Privacy en Gegevensbescherming: Wat er over je wordt verzameld, hoe je jezelf beschermt en wat je prijsgeeft, bewust of onbewust. Bijvoorbeeld: sterke wachtwoorden en app-machtigingen (technisch), je recht op inzage en verwijdering kennen (informatie), afwegen wanneer je iets persoonlijks deelt (communicatie).
  • Nieuws en Desinformatie: Hoe je jezelf informeert en de kwaliteit beoordeelt van wat je vindt. Bijvoorbeeld: een omgekeerde afbeeldingszoekopdracht uitvoeren (technisch), gemanipuleerde beelden en eenzijdige feeds herkennen (informatie), je eigen berichten goed onderbouwen (creatie).
  • Reclame: Reclame herkennen, ook verborgen en gepersonaliseerde vormen, begrijpen hoe die werkt en als consument bewuste keuzes maken. Bijvoorbeeld: advertentie-instellingen aanpassen (technisch), gerichte advertenties doorzien (informatie), je eigen reclame-uitingen transparant labelen (creatie).
  • Generatieve AI: Omgaan met systemen die tekst, beeld of video genereren, en begrijpen hoe ze werken en waar hun grenzen liggen. Bijvoorbeeld: AI-chatbots gebruiken (technisch), synthetische content herkennen (informatie), vermelden waar AI in het spel was (creatie).
  • Algoritmen: Hoe aanbevelingssystemen en gepersonaliseerde feeds op YouTube, Instagram of TikTok bepalen wat je ziet, en hoe je die mechanismen doorziet en bijstuurt. Bijvoorbeeld: personalisatie uitschakelen (technisch), herkennen dat resultaten gerangschikt en niet neutraal zijn (informatie), je eigen feed bewust trainen (communicatie).
  • Digitaal Welzijn: Een gezonde, zelfbepaalde omgang met digitale media. Bijvoorbeeld: focus- en tijdslimietfuncties gebruiken (technisch), merken wanneer content bedoeld is om woede of angst op te roepen (informatie), goed reageren op cyberpesten (communicatie).

Sterktes die overslaan

Deze vaardigheden staan niet los van elkaar; ze zijn verbonden, en kracht op de ene plek slaat vaak over naar de andere. Een tiener die vlot communiceert op sociale media heeft misschien nog hulp nodig om die vlotheid door te trekken naar dataprivacy of het lezen van algoritmen; een oudere brengt wellicht echte voorzichtigheid en veiligheidsbewustzijn mee, maar wil steun bij de technische basis. Zo bekeken is niemand simpelweg 'geletterd' of 'ongeletterd'. Iedereen heeft een profiel (een persoonlijk patroon van sterktes en hiaten), en dat profiel is wat ons echt interesseert.

Waarom één maat nooit iedereen past

Dit is ook waarom generieke, one-size-fits-all digitale trainingen vaak tegenvallen: ze herhalen wat mensen al weten en slaan over wat ze niet weten. Omdat iedereen een andere kaart bij zich draagt, moet onderwijs op maat zijn. Ons raamwerk laat precies zien waar een groep uitblinkt en waar ze worstelt, zodat steun gericht kan worden op de specifieke hiaten die er het meest toe doen, in de domeinen waar de belangen het grootst zijn. En dat is uiteindelijk waar digitale geletterdheid voor dient: niet alleen meedoen, maar meedoen op je eigen voorwaarden, met vertrouwen, veiligheid en richting.

Benieuwd naar het onderzoek erachter?

Digital Literacy Hub @ VU Amsterdam